Yoga en progressieve spierontspanning helpen schizofreniepatiënt
Yoga en progressieve spierontspanning helpen stress en angst bij schizofreniepatiënten te verminderen.
Dat blijkt uit een studie van de Belgische psychomotorisch therapeut Davy Vancampfort. Voor de werking van mindfullness en massage vond hij minder overtuigend bewijs.
Een belangrijk onderdeel van psychomotore therapie (PMT) voor schizofreniepatiënten in België zijn lichaamsgerichte oefeningen, vertelt Davy Vancampfort. Hij is psychomotorisch therapeut aan het Universitair Psychiatrisch Centrum in Leuven en wetenschappelijk medewerker aan de KU in Leuven. In zijn dagelijks leven als psychomotorisch therapeut ziet hij vooral patiënten met een acute psychose. ‘De therapie bestaat naast bewegen in groepsverband uit massage, yoga, ademhalingsoefeningen en progressieve spierontspanning; dat wil zeggen het afwisselend aan- en ontspannen van spiergroepen.’
Minder hallucinaties en denkstoornissen
Samen met vijf andere wetenschappers, onder wie drie psychiaters, deed hij literatuuronderzoek naar de effectiviteit van deze lichaamsgerichte oefeningen. Hieruit blijkt onder andere dat yoga zowel de positieve als negatieve symptomen van schizofrenie vermindert. En dat progressieve spierontspanning angst- en stressgevoelens vermindert. ‘Yoga draagt er aan bij dat hallucinaties en denkstoornissen minder worden, zo bleek uit een gerandomiseerd onderzoek. Uit een ander onderzoek bleek dat progressieve spierontspanning al effect heeft door het 25 minuten per dag toe te passen. En dat het effect enkele uren kan aanhouden.’
Geef mensen zelf de regie
Waarom de twee complementaire therapieën zo succesvol zijn, weet Vancampfort niet. ‘Het zou kunnen dat er door yoga of progressieve spierontspanning iets verandert in de aanmaak van het stresshormoon cortisol. Maar er kan ook een psychologische oorzaak zijn: door de oefeningen geef je mensen zelf de regie om iets te veranderen aan hoe zij zich voelen.’
Stressgevoelens verminderen
Voor mindfulness en massage was minder overtuigend wetenschappelijk bewijs te vinden. Dat wil niet per definitie zeggen dat de interventies ook minder effectief zijn, zegt Vancampfort. ‘De studies waren minder sterk omdat het ging om onderzoeken waarbij deelnemers zelf rapporteerden hoe zij zich voelden, zogenaamd kwalitatief onderzoek. Daardoor is het lastiger om het nut ervan wetenschappelijk aan te tonen. Die kwalitatieve onderzoeken rapporteerden overigens wel gunstige effecten voor mindfulness- en massagetechnieken; het zou stressgevoelens verminderen.’ Voor de interventie ‘danstechnieken’, ook onderdeel van zijn studie werd geen enkel wetenschappelijk bewijs gevonden.
Alleen medicijnen niet voldoende
Volgens Vancampfort is het belangrijk dat er meer onderzoek wordt gedaan naar de werking van lichaamsgerichte therapieën. ‘De basis van de behandeling van de schizofreniepatiënten is medicatie. Maar ondanks die medicatie blijven ze toch vaak last houden van de positieve of negatieve symptomen van schizofrenie. Iemand alleen medicijnen geven is dus niet voldoende en PMT biedt een goede aanvulling daarop. Juist omdat schizofreniepatiënten zich niet thuis voelen in hun eigen lichaam of er een negatieve associatie mee hebben.’
Te weinig aandacht voor het lichaam
Daarom moet PMT een nog prominentere plaats krijgen in de behandeling, als het aan Vancampfort ligt. ‘In de psychiatrie wordt nog steeds duidelijk onderscheid gemaakt tussen lichaam en geest, met de nadruk op het mentale functioneren. Er is nog te weinig aandacht voor het lichaam. Dat terwijl lichaamsgerichte therapieën schizofreniepatiënten kunnen helpen zich beter te voelen en de kwaliteit van leven helpen verbeteren.’ (MV)
Het literatuuronderzoek Lichaamsgerichte werkvormen binnen de psychomotorische therapie voor mensen met schizofrenie is gepubliceerd in het augustusnummer van Tijdschrift voor Psychiatrie
Bron: psy.nl
maandag 22 augustus 2011





