Te veel jongeren met psychiatrische problemen gaan niet naar school

VEEL JONGEREN MET PSYCHIATRISCHE PROBLEMEN GAAN NIET NAAR SCHOOL.

Bovendien ervaren deze jongeren weinig begeleiding bij het opnieuw terugkeren naar school. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Back to School, dat de cliëntenraad van GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen liet uitvoeren door H en S Consult en DSP-groep. 

Leiden: Cliëntenraad GGZ Kinderen en Jeugd maakt cijfers bekend

Op het moment van het onderzoek ging ongeveer 6% van de cliënten van GGZ Kinderen en Jeugd niet naar school, 7% ging gedeeltelijk naar school. Deze cijfers liggen significant hoger dan bij jongeren die geen psychiatrische problemen hebben. 20% van de cliënten was in een behandelperiode van twee jaar (tijdelijk) thuis geweest. Veel jongeren gaan al voordat zij worden aangemeld voor behandeling niet meer naar school, bij ongeveer 60% van de jongeren ontstaat het probleem tijdens de behandeling.

“Elk kind heeft recht op onderwijs. Dus ook kinderen en jongeren met psychiatrische problemen. In sommige gevallen zijn de problemen dusdanig dat een jongere echt een tijd niet naar school kan, maar in veel gevallen is uitval niet nodig. Uit het onderzoek blijkt dat de belangrijkste reden om niet naar school te gaan is dat de stap te groot wordt, er te weinig begeleiding vanuit school en begrip van klasgenoten en docenten is. De signalering van dit probleem moet dus sneller op gang komen, alle betrokkenen moeten beter registreren en sneller actie ondernemen en met elkaar om de tafel. Dáár kunnen we iets aan doen. En dát is reden geweest om met vertegenwoordigers van scholen, Bureau Leerplicht, Bureau Jeugdzorg, Cardea Jeugdzorg en de regionale politiek dit rondetafelgesprek te voeren.”, aldus Lilian Tham, directeur behandelzaken van GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen.

De gevolgen van (tijdelijk) niet naar school gaan, zijn groot. Hoewel het thuiszitten in eerste instantie voor een jongere een opluchting kan zijn, wordt het al snel moeilijk om in een normaal dagritme te blijven. Het contact met klasgenoten en vrienden vervaagt, de betreffende jongere hoort er al snel niet meer bij. Hoe langer het thuiszitten duurt, hoe hoger de drempel om terug te keren. Veel jongeren raken achter in kennis en stromen uiteindelijk op een lager niveau terug in het onderwijs.

Jenny de Jeu, coach/ondersteuner van de cliëntenraad: “Als een kind een been breekt of voor een operatie in het ziekenhuis terecht komt, dan wordt er van alles voor dit kind gedaan en geregeld. Vrienden en familie komen langs, sturen kaartjes. School brengt huiswerk, in sommige gevallen krijgt het kind zelfs les aan bed in het ziekenhuis. Als hetzelfde kind thuis komt te zitten omdat het psychische problemen heeft, dan blijft dit uit. Terwijl uit het onderzoek blijkt dat juist die betrokkenheid van school, vrienden, de hulpverleners ervoor zorgt dat het kind zo snel mogelijk weer naar school kan.”

Een belangrijke aanbeveling uit het onderzoeksrapport is dat er beter geregistreerd moet worden en sneller gesignaleerd en samengewerkt, door scholen, Bureau Leerplicht, Bureau Jeugdzorg, jeugdzorginstellingen én de hulpverleners van de GGZ. De partijen die bij het rondetafelgesprek betrokken waren, gaan hier actief mee aan de slag. De eerste vervolgafspraken zijn gemaakt. Het rondetafelgesprek wordt over een jaar herhaald. GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen zal het onderwerp ook landelijk, bij collega-instellingen, onder de aandacht brengen.

Bron: onderwijsnieuwsdienst.nl
woensdag 19 mei 2010