Rouwverwerking bij schizofrenie
Rouwverwerking bij schizofrenie
Op de vooravond van het R.K. Allerheiligen, op maandagavond 31 oktober ’05 was er door de Ypsilonafdeling in Villa Voorburg te Vught een themabijeenkomst georganiseerd dat over het voor deze dag toepasselijke rouwverwerkingsproces ging.
Mevrouw drs. Dorien van Beusekom van de GGz ’s Hertogenbosch kwam over haar geschreven zelfhulpboek met als titel: ‘Ik herken mezelf niet meer, over verdriet en verlies bij schizofrenie’, een praatje houden.
Het rouwverwerkingsproces na een psychose kan worden opgedeeld in een drietal fasen, namelijk:
1) Eerst schrik en het realiseren wat er gebeurd is
2) Het oude loslaten en het zoeken van de nieuwe realiteit
3) Overgaan tot de orde van de dag
Deze fasen komen steeds in de loop der tijd terug, dus je bent er nooit echt vanaf, zeker niet bij een ziekte als schizofrenie waarbij je steeds weer wordt opgeschrikt door nieuwe psychoses.
Het rouwproces van de cliënt hoeft echter niet parallel te lopen aan dat van de naasten en dat remt elkaar gelukkig af. Volgens Prof. Dr. Keirse van de Universiteit van Leuven moet je aan het rouwproces echt werken en hierbij kan ondersteuning van de hulpverleners van de GGz nodig zijn.
Van Beusekom geeft ook consulten aan mensen die deze hulp meer dan gewoon nodig hebben, naast de begeleiding van een reguliere spv-er die een cliënt dan al in behandeling heeft.
Het rouwen bij de ziekte schizofrenie is dan voor deze cliënt een groot obstakel om weer van het leven te kunnen genieten. Emoties die zij los maakt zijn onder andere: angst, boosheid, verdriet en acceptatie en daarin gaat erg veel tijd zitten.
Voor andere cliënten heeft zij het genoemde boekje op de markt gebracht waarin deze emoties gecategoriseerd naar voren komen.
Voorbeelden hiervan zijn de angst voor het verlies van inkomen of werk en het verdriet dat je misschien geen kinderen meer kunt krijgen door het medicijngebruik. Bij het lezen van het boek is het raadzaam om dit in overleg met je spv-er of casemanager te doen.
Stan van H.





