Rechten
RECHTEN EN BEGRIPPENKADER
Juridische zaken worden vormgegeven door wettelijke kaders, verordeningen en wettelijke voorschriften. Het taalgebruik hierbij kan soms ouderwets en formeel zijn waardoor juridische teksten soms moeilijk te begrijpen zijn. De kern van dergelijke teksten is echter altijd gebaseerd op een begrippenkader dat zo exact en eenduidig mogelijk gedefinieerd wordt door wetmakers (dus door politici en rechtswetenschappers). Het begrippenkader dient als referentiekader voor de basis van wetten.
Centrale vragen en taalgebruik
Het juridisch taalgebruik gaat te allen tijde uit van een aantal centrale vragen:
- Wat houdt het begrip precies in?
- In welke situatie wordt het begrip toegepast?
- Onder welke condities wordt het begrip toegepast?
- Met welke begrippen moet het begrip in verband worden gebracht?
- In welke mate is er sprake van een bepaalde situatie ?
- Welke eisen zijn van kracht op de situatie?
Ontwikkelingen in rechten
Binnen de rechtswetenschappen zijn de verschillende rechtsgebieden vrijwel altijd separate delen van het recht geweest. De koppelingen tussen de gebieden waren vooral gebaseerd op de begrippenkaders die bepaalde rechtsgebieden gemeen hadden. De afgelopen jaren is er onder invloed van de Europese harmonisatie (gelijkschakeling met de Europese wetgeving) steeds meer een integratie van de verschillende rechtsgebieden tot stand gekomen. Een van de 1e signalen hiervan was de Operatie Jong die beoogde om de zorg, onderwijs en arbeid beter op elkaar aan te laten sluiten en samen te laten werken. De Jeugdzorg, sociale verzekeringsstelsel, gezondheidsrecht en het arbeidsrecht worden sinds eind jaren 90 steeds meer samengevoegd en gekoppeld onder het mom van bezuiniging en de verdergaande harmonisatie van wetgeving.
De keuring in het kader van de WAO was een goed voorbeeld hiervan. De laatste jaren worden de wetten van het gezondheidsrecht en het sociale verzekeringsrecht steeds meer gekoppeld d.m.v. o.a. de koppeling en integratie van informatie van verschillende diensten zoals de sociale dienst, belastingen, striktere eisen m.b.t. aanvragen van een WAO-uitkering, complexere procedures m.b.t. de WIA of zelfs de WAJONG.
Liberalisatie en vrije markt werking
In de gezondheidszorg, arbeid en het sociale verzekeringsrecht wordt sinds enige jaren het principe van vrije marktwerking (principe van aanbieder van een product en een afnemer van een product tegen kost efficiënte prijzen) en liberalisering toegepast. De consequentie hiervan is dat de burger afnemer van zorgproducten, een uitkering en arbeid is geworden. De genoemde principes worden tegenwoordig ook steeds meer toegepast in het onderwijsbestel. In beginsel zijn de 2 principes positief maar de schijn bedriegt want de werkelijkheid is anders dan de theorie. In de praktijk zou een cliënt meer mogelijkheden op goede zorg moeten kunnen verkrijgen door de vrije marktwerking en liberalisering, maar de zorgaanbieder fungeert vooralsnog als dominerende bepalende partij.
De zorginstellingen stellen zich niet altijd op als aanbieder van zorg, maar als partij die vaak weinig ruimte laat voor de cliënt.
Juridische situatie in de toekomst
De toekomst zal uit moeten wijzen hoever de integratie en harmonisatie van de wetgeving door zal gaan. De directe consequenties zijn reeds dagelijks merkbaar bij het gezondheidsrecht, arbeidsrecht, onderwijs en sociaal verzekeringsrecht. Welke consequenties de toekomstige juridische veranderingen zullen hebben zal nog moeten blijken. Het loont echter wel de moeite om de genoemde ontwikkeling nauwlettend te blijven volgen.




