Onderzoekers uit BC ontdekken een genetische variant die de risico’s voor kinderen bij gebruik van atypische antipsychotica vergroot

in

Onderzoekers uit BC hebben een genetische variant in kinderen gevonden die de kans op het ontwikkelen van metabool syndroom tot 6 keer vergroot bij gebruik van bepaalde medicijnen voor psychische problematiek.

Het onderzoek aan de genetische variant werd gepubliceerd in het medische tijdschrift Translational Psychiatry. Het onderzoek was opgezet met 117 kinderen die de medicijnen gebruikten en een controlegroep van 217 kinderen zonder de medicijnen, in een periode die liep van 2008 tot en met 2010. Van de gebruikers leed 19 procent aan het metabool syndroom, in de controle groep betrof het slechts 0,8%.

Volgens het genetisch onderzoek toonde DNA analyse dat binnen de totale  onderzoeksgroep 8 procent van de kinderen de variatie van het MTHFR gen vertoonde. Maar de kinderen die de medicijnen gebruikten hadden zesmaal meer kans om het metabool syndroom te vertonen, met vooral hoge bloeddruk en verhoogde bloedsuiker niveaus (die kunnen leiden tot diabetes).

Metabool syndroom is een geheel van aandoeningen – zoals hoge bloeddruk, obesitas en diabetes – dat kan bijdragen tot de ontwikkeling van hart- en vaatziekten.

In ander recent onderzoek werd aangetoond dat een eenvoudige middelomtrek bepaling een goede indicator is voor het metabool syndroom bij kinderen die deze medicijnen (bekend als atypische antipsychotica, red.) gebruiken. In dat onderzoek, gepubliceerd in het Canadian Journal of Psychiatry, bleek 19 procent van de kinderen in ziekenhuizen in BC die atypische antipsychotica gebruikten het metabool syndroom te vertonen.

 “Patiënten en hun ouders zijn behoorlijk ontdaan over de gewichtstoename en andere nevenwerkingen van ‘tweede generatie’ antipsychotica,” zei dr. Dina Panagiotopoulos, een endocrinoloog naar wie kinderen voor de behandeling van de nevenwerkingen worden verwezen.

“Vaak zeggen ze dat ze over deze nevenwerkingen vooraf geïnformeerd wilden worden zodat ze meer konden doen aan de zucht naar koolhydraten, aan het vermijden van suikerrijke (fris)drank en het begrenzen van tijd voor tv- en computerschermen,” zei de co-auteur  van beide onderzoeken.

De onderzoeken toonden beide het verband aan tussen de risicofactoren voor hart- en vaatziekten en de medicatie. Bovendien toonden ze aan dat waarschuwingen aan ouders en kinderen over dieet en beweging door de voorschrijvende arts van belang zijn.

Het voorschrijven van deze medicijnen is over het laatste decennium vertienvoudigd, vanwege de notie dat ze veiliger zijn dan de oudere medicijnen (klassieke antipsychotica, zoals haldol, orap, cisordinol, etc., red.).

Panagiotopoulos:“Je kunt deze problemen een stuk succesvoller voorkómen als je voorzorgsmaatregelen treft, en niet nadat je 25 kilo bent aangekomen”.

“Tweede-generatie” (atypische, red.) antipsychotica zoals seroquel en risperdal worden door ca. 5.500 kinderen in BC gebruikt op indicatie tegen agressie, psychose, stemmings- en angststoornissen, bipolaire stoornis, autisme spectrum stoornis, middelenmisbruik, schizofrenie en ADHD.

Panagiotopoulos zei dat ze sommige 5- en 6 jaar oude patiëntjes heeft die deze medicijnen door psychiaters voorgeschreven kregen sinds ze 2 of 3 jaar oud waren.

De medicijnen mogen dan goed zijn voor het beheersen van psychiatrische ziektesymptomen, maar artsen moeten gewaarschuwd worden hun patiënten nauwgezet te volgen.

De gegevens duiden op de gevaren van atypische antipsychotica, zei Panagiotopoulos, waar ze aan toevoegde dat het meten van de middelomtrek beter is dan de Body Mass Index (BMI) voor het vaststellen van de risico’s op het metabool syndroom.

De middelomtrek zou moeten worden gemeten wanneer kinderen met de medicijnen starten en herhaald moeten worden bij elk volgend consult. Uit onderzoek is gebleken dat vet in de maagstreek een betere voorspeller is voor diabetes dan vet in overige delen van het lichaam.

 

Pamela Fayerman,  © The Vancouver Sun.

Vertaling voor Anoiksis door Peter Heinen, 5-2-2012