OGGz in Rotterdam
OGGz in Rotterdam
Op donderdag 2 november 2006 was er bij BAVO Europoort aan de Poortmolen 121 te Rotterdam een symposium over OGGz, de psychiatrie in de grote stad.
Als introductie vertelde prof. Dr. Marianne Donker wat het inhield. Het verschil met gewone psychiatrie is met name dat OGGz (Openbare GGz) zich niet alleen bezig houdt met de belangen van de patiënt zelf maar ook met die van zijn of haar algemene omgeving, zoals buren, kennissen en maatschappij. Dit kun je niet aan een marktwerking overlaten omdat het de taak is van de totale overheid. Er moet altijd een afweging en verantwoording t.o.v. van niet alleen de patiënt maar ook de maatschappelijke belangen zijn.
Vervolgens kwam Dr. Niels Mulder aan het woord die vertelde wat OGGz in Rotterdam inhield en nu inhoudt.
Hij zei dat psychotische problematiek 2 tot 4 keer meer voorkomt in een grote stad dan op het platteland. Dit heeft volgens hem verschillende oorzaken, met name de risicofactor van de drukte van de stad en ook de armoede in de stad speelt een rol. Verder worden de problemen hier erger omdat er minder maatschappelijke cohesie is, ofwel dat mensen individueler in het leven staan zonder veel sociale controle. Hiertegenover moet genoemd worden dat ziekten als depressie en angsten in de stad niet frequenter voorkomen.
Vroeger had je in Rotterdam de GGD en bijvoorbeeld het Leger des Heils die zich met deze problemen bemoeiden en ook bijvoorbeeld met double trouble en verslavingsproblematiek.
In de jaren dertig ontstonden er drie APZ-instellingen en ook drie RIAGG’s in de stad Rotterdam om deze problemen aan te pakken. Vervolgens kwamen er losse projecten zoals bijvoorbeeld bemoeizorg tot stand. Er was echter geen strategie, weinig wetenschappelijk onderzoek onder deze groep en de maatschappij had een grote afkeer van de problemen.
Tegenwoordig komen steeds meer thema’s zoals veiligheid en bewustheid van verslavings- en daklozenproblematiek aan de orde in de politiek en wordt er meer onderzoek, professionelere behandeling en het werken met richtlijnen en documenten in het leven geroepen.
In deze documenten komt te staan hoe behandelaars en psychiaters met deze doelgroep dienen om te gaan al blijft een individuele aanpak op maat belangrijk en blijft de GGz op alle levensgebieden verantwoordelijk. In Rotterdam heeft men nu een dekkend netwerk van professionele en samenwerkende behandelteams en nu blijkt dat het aantal RM’s en IBS’en niet meer stijgt.
Dit heeft ook als oorzaak het huidige ACT-concept dat uit de Verenigde Staten is komen overwaaien.
Dit houdt in dat men actief de patiënt opzoekt, niets van de behandeling en begeleiding aan derden overlaat en dat men een lage caseload per begeleider gewenst acht. Het gunstige gevolg is dat bij met name de double trouble patiënten het aantal delicten daalt en dat er minder verlies is van zorgcontacten.
Mulder kwam tot de volgende slotsommen en aanbevelingen:
- OGGz zal altijd blijven bestaan
- Er blijft goed epidemiologisch onderzoek nodig
- Overheid moet bindende afspraken met GGz maken
- Crisiskaarten, schuldsanering en dwangbehandeling blijven nodig
- In de toekomst moet er meer aandacht voor ziektepreventie zijn
Stan van H.





