Mijn herstelverhaal
IK GROEIDE OP IN EEN BOERDERIJ MIDDEN OP DE VELUWE.
HET LEVEN OP DE BOERDERIJ IS ME ALTIJD BEVALLEN.
De werkzaamheden met machines en dieren vond ik leuk. Vooral de machines en de honden en katten.
Het geloof ‘hing zwaar aan de hanebalken’
In mijn lagere schooljaren was ik niet gelukkig. Ik werd gepest en was veel alleen, al had ik altijd toch wat vriendjes op mijn verjaardagsfeestje. Ik was teleurgesteld en vroeg me af hoe het in hemelsnaam kon dat ik niet in tel was. Dan was er nog het geloof, wat, om met Gerrit Achterberg te spreken, 'zwaar aan de hanebalken hing'. Het geloof wat mensen van nu in de boeken van Maarten 't Hart, of beter nog, Jan Siebelink, tegenkomen.
Van binnen zat het nog niet goed
Op mijn 16e ging de knop om. Ik ging werken naast de studie. Doordat ik tussen de stratenmakers en ruigere mensen wel meetelde leerde ik voor mezelf op te komen. Ik begon mee te tellen, een heel vreemde ervaring. Al maakte ik me wel zorgen: hoe zal ik ooit vrouw en kinderen krijgen. Want van binnen zat het nog niet goed. Ook zette ik me extreem af tegen de geloofsopvoeding. Ik vond dat ik van mijn ouders veel te weinig de ruimte kreeg. De conflicten leidden ertoe dat ik uit huis gezet werd. Dat viel me zwaar. Toen bleek dat ik een psychotische kwetsbaarheid had, dat ik aanleg voor psychose had. En onvolwassen was. Ik kon het niet aan en werd psychotisch opgenomen. Achteraf had dat al veel langer meegespeeld, mijn aanleg voor psychose. Ik heb moeten leren leven met blijvende psychische beperkingen. Studie en werk waren niet meer haalbaar. Ik ben therapie gaan volgen.
Therapie bood me de kans om na te denken
Het heeft ook zijn voordelen gehad. Dan wil ik even niet spreken over de psychoses die ik gehad heb. Die vond ik vreselijk. Maar het heeft me de kans gegeven om met professionals over mijn leven na te denken. Ik kwam erachter dat ik niet de enige was met klachten en het heeft me zicht gegeven op mijn problemen. Ik heb na kunnen denken over mijn geloofsopvoeding. Ik was opgenomen in een inrichting en kon zo los komen van thuis. Die kans had ik nu. Boeken lezen, gesprekken met andersdenkenden en geestelijken.
Leren mijn eigen verantwoordelijkheid te nemen
Jarenlang heb ik gehoopt mijn ouders nog eens te kunnen vertellen waarom ik denk zoals ik denk. Dat was een ijdele hoop, ik heb moeten leren mijn eigen verantwoordelijkheid te nemen. Het was een lange en moeilijke weg, maar ik voel me daardoor wel een vrijer mens. Ik kan mijn eigen leven vormgeven en op mijn wijze in het leven staan. Ik ben er niet groot of bijzonder van geworden, zoals ik vroeger hoopte, juist niet. Mijn kracht ligt in het accepteren van mijn 'kleinheid' en ik heb stukje bij beetje geleerd mijn grenzen te bewaken.
Er is wat rust in mijn leven gekomen
Er zijn veel dingen die ik niet meer kan. Studeren komt er niet meer van, maar ik heb hobby's en bezigheden waar ik plezier uit put. Graag ben ik met muziek bezig, ik doe wat vrijwilligerswerk en computer. Ook onderhoud ik contact met vrienden en kennissen. Nog steeds lees ik graag, dagelijks. Ik woon alweer verschillende jaren zelfstandig. Er is wat rust in mijn leven gekomen. Door alles wat ik heb meegemaakt ben ik wat wijzer geworden. Ik ben wel gelovig, maar anders. Uit mijn hart.
Gewoon leven, eigenlijk ... gewoon mens
Die vrouw en die kinderen, die heb ik niet gekregen al leek het er ooit wel even op.
Mijn leven is niet altijd gemakkelijk, het gaat niet allemaal van een leien dakje, maar ik leef weer. En dat voelt toch goed. Gewoon leven, eigenlijk.. gewoon mens.




