Mensen die als kind zijn mishandeld blijken blijvende hersenschade te kunnen hebben

in

Dit zorgt ervoor dat zij vaker dan gemiddeld last hebben van psychische aandoeningen zoals depressie, posttraumatisch stresssyndroom en schizofrenie.

Deze resultaten zijn gevonden in een onderzoek van Harvard Medical School onder 193 mannen een vrouwen tussen de 18 en 25 jaar.  Deze bevindingen zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS van februari 2012.

De belangrijkste bevinding is dat de hippocampus, een gebied diep in de hersenen dat betrokken is bij de regulering van stress en het functioneren van geheugen, aanzienlijk onderontwikkeld is bij mishandelde mensen. Met name de linker hippocampus is bij deze mensen kleiner dan bij ‘’normale’’ mensen. De hippocampus kan beschadigd raken wanneer deze langdurig wordt blootgesteld aan stresshormonen.

De onderzoekers voerden hun onderzoek uit onder mensen. Eerder zijn al onderzoeken met ratten uitgevoerd, waaruit eveneens bleek dat mishandeling hersensporen nalaat. Of de deelnemers mishandeld waren, bepaalden zij aan de hand van een vragenlijst. De proefpersonen werden vervolgens in een scan onderzocht. Hierbij werd gekeken naar het volume van het hersengebied dat de hippocampus wordt genoemd. Dit hersendeel is nauw betrokken bij het geheugen. Opvallend genoeg bleken de hippocampi van de mensen die in hun jeugd mishandeld waren, beduidend kleiner te zijn dan die van mensen die geen jeugdtrauma’s hadden. De belangrijkste onderdelen van de hippocampus waren bij jongvolwassenen die als kind waren mishandeld zo’n zes procent kleiner dan bij hun gelukkiger opgegroeide leeftijdsgenoten.

Eerdere onderzoeken hebben ook al aangetoond dat mensen met psychische aandoeningen vaker een kleinere hippocampus hebben. Deze studie is tot nu toe echter de grootste en meest uitgebreide van opzet. Ook bewijst dit onderzoek het omgekeerde van de eerder gevonden resultaten, namelijk dat een kleinere hippocampus het gevolg kan zijn van mishandeling, en, verder geredeneerd, de oorsprong van een psychische aandoening.

Een kleinere hippocampus hoeft echter niet per se tot een psychiatrische aandoening te leiden. Met andere woorden: niet iedereen die als kind mishandeld is, krijgt later psychische problemen. Van de mensen in de studie die hadden aangegeven psychisch, fysiek of seksueel te zijn mishandeld in hun kindertijd had 53 procent wel eens last gehad van een ernstige depressie en leed 23 procent aan een posttraumatische stressstoornis. Werden de resultaten van de hele groep opgeteld (dus ook de niet-mishandelde personen) dan kwamen deze aandoeningen voor bij 25 respectievelijk 5 procent van de mensen.

Anders gezegd: ernstige depressie kwam ruim twee maal zo vaak voor en PTSS zelfs bijna vijf keer zo vaak. De cijfers geven dan ook een duidelijk signaal: wanneer een kind dreigt of lijkt mishandeld te worden, is tijdig ingrijpen noodzaak om verder lijden zovele mogelijk te voorkomen.

Bron: Anoiksis
dinsdag 21 februari 2012