Lezing van Kahn

Datum uitgifte Open Geest: 
2000-06
Nr 21

LEZING VAN KAHN

Donderdag 6 april 2000 organiseerde Ypsilon Nijmegen, in samenwerking met het Psychiatrisch Centrum Nijmegen, een themabijeenkomst waar prof. dr. R.S. Kahn een lezing gaf met als titel 'Schizofrenie: Brein en omgeving'.
In werkelijkheid beperkte hij zich tot het brein zelf en kwam de omgeving niet aan bod. Hij behandelde recent onderzoek naar hersenstructuur en we kregen een video te zien waarin summier hersenfuncties zichtbaar werden gemaakt.

In 1896 beschreef Kraepelin een hersenaandoening, die hij Dementia praecox noemde en die later schizofrenie werd gedoopt.
Hij, en navolgers, deed veel microscopisch onderzoek naar hersencellen om de oorzaak van de ziekte te vinden, maar er werd niets gevonden. Tussen 1920 en 1970 werd er geen onderzoek meer gedaan en werd er vanuit gegaan dat schizofrenie maatschappelijke oorzaken had en dat het ontstaan vooral de schuld van de moeder was. Vanaf 1970 kwam het hersenonderzoek langzaam weer op gang en met de nieuwe scanmethodes werden er nu toch wel afwijkingen ontdekt.
Dat zijn:

  •  Vergrote hersenholtes (ventrikels),
  •  een verkleind brein,
  •  een verkleinde thalamus,
  •  een verkleinde hippocampus en
  •  een verkleinde frontaalkwab.

Dit zijn allemaal statistische afwijkingen, dat wil zeggen dat er een overlap is met 'normale' hersenen.
De diagnose schizofrenie kan dan ook niet gesteld worden aan de hand van een scan.
Het risico op schizofrenie is in belangrijke mate erfelijk bepaald, maar het is waarschijnlijk dat er veel genen bij betrokken zijn die allemaal in een individu verenigd moeten worden voordat er sprake is van de ziekte. En dan nog moeten de genen tot expressie komen wat niet altijd het geval is.

Veel van deze onderzoeken worden uitgevoerd met behulp van tweelingen.
Ook op deze manier heeft men ontdekt dat er al veel eerder dan gebruikelijk aangenomen wordt sprake is van achteruitgang. Bij gemiddeld 13 jaar beginnen bij eeneiige tweelingen de prestaties al uiteen te lopen, degenen die later schizofrenie ontwikkelen raken achter. Het ziekteproces begint dus al op het tiende, elfde jaar.

Na de pauze konden er vragen gesteld worden, waaronder de hamvraag: Kan schizofrenie ooit genezen worden.
De heer Kahn dacht dat dat over ongeveer twintig jaar het geval zou zijn. Daarvoor moeten dan geheel nieuwe medicijnen ontwikkeld worden die aangrijpen in de hersenstructuur zelf. Andere vragen deden niet veel nieuws aan het licht komen. Al met al een interessante lezing op een heel specifiek gebied.

M.O.