Let op gezin van patiënt met zelfmoordplannen
UTRECHT - HULPVERLENERS EN HUISARTSEN MOETEN BIJ PATIËNTEN
MET ZELFMOORDNEIGINGEN METEEN ONDERZOEKEN OF OOK HUN GEZIN GEVAAR LOOPT.
Dit stelt criminologe en psychologe Marieke Liem, die vandaag promoveert aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift Doding gevolgd door zelfdoding.
Het aantal familiedrama’s in Nederland, waarbij de dader eerst zijn partner en/of zijn kind(eren) doodt en daarna zichzelf, blijft al jaren constant. Het komt gemiddeld zeven keer per jaar voor.
In de Verenigde Staten en Zwitserland vinden relatief meer van dergelijke gevallen plaats, volgens Liem door het veel hogere percentage huishouders waar een vuurwapen aanwezig is. Ongeveer 40 procent van de dodingen waarop zelfdoding volgt, wordt gepleegd met een vuurwapen. De dader is in negen van de tien gevallen een man. Liem pleit voor nog strengere regelgeving op het houden van bijvoorbeeld een dienstwapen in de woning.
Beladen fenomeen
‘Het is een zeldzaam, maar beladen fenomeen dat veel emotie oproept’, zegt Liem.
Zij keek voor haar onderzoek naar de motieven in bijna honderd dossiers van daders in een familiedrama waarbij de zelfmoord was mislukt.
Liem onderscheidt drie typen van familiedrama’s.
Bij de eerste categorie geeft de dader de partner de schuld van de slechte omstandigheden. Het kan bijvoorbeeld gaan om een aangekondigde echtscheiding, statusverlies of een conflict rond de voogdij over de kinderen. De moord op de partner staat voorop; daarna slaat de dader de hand aan zichzelf, omdat hij bijvoorbeeld bang is voor de juridische consequenties van zijn daad, of omdat hij zich realiseert dat zijn geliefde dood is en met haar in de dood herenigd wil worden.
Narigheid
De tweede groep daders geeft vooral zichzelf de schuld van alle narigheid.
Deze dader, die vaker een vrouw is, stelt zelfmoord voorop maar doodt ook het kind, omdat het in diens ogen beter is als het kind er ook niet meer is als de ouder wegvalt.
De derde groep ziet zijn daad als een totale oplossing van een onhoudbare situatie
. Deze dader voelt een diepe emotionele afhankelijkheid van een partner die bijvoorbeeld een einde wil maken aan de relatie. ‘Zo konden we allemaal samen gaan en toch als een familie samenzijn’, zegt een dader, wiens zelfmoordpoging is mislukt.
Bij alle drie de typen speelt emotionele afhankelijkheid een rol. Ook als de partner niet de schuld krijgt, kan het breekpunt om tot actie over te gaan – minder uit woede dan uit wanhoop – een scheiding zijn, financiële problemen, afwijzing of voogdijstrijd.
Vrouwen in 10% dader
Vrouwen zijn slechts in 10 procent van de familiedrama’s de dader. En zij doden daarbij meestal het kind en zelden de partner. ‘Als vrouwen hun man doden, is dat meestal na stelselmatige mishandeling of uit zelfbescherming. En in die gevallen slaan zij zelden de hand aan zichzelf’, aldus Liem.
De familiedrama’s zijn lastig te voorkomen doordat aan personen die met dergelijke ideeën rondlopen van buiten vaak niets is te zien. Bovendien blijven veel gezinsproblemen verborgen voor de buitenwereld.
Wel raadt Liem aan meteen in kaart te brengen of er kinderen zijn die mogelijk gevaar lopen wanneer bijvoorbeeld een moeder tegen een huisarts of hulpverlener zegt dat ze over zelfmoord nadenkt. Bij de geestelijke gezondheidszorg zou aan een man die met depressies kampt, moeten worden gevraagd naar zijn relatie.
Daarnaast beveelt Liem aan dat als een dader wordt opgepakt voor de moord op vrouw en kind, rekening wordt gehouden met mogelijke zelfmoordpogingen.
Bron:volkskrant.nl
vrijdag 19 februari 2010




