Is de kunst van psychiatrische patiënten stervende?
IS DE KUNST VAN PSYCHIATRISCHE PATIENTEN STERVENDE?
Als beeldend kunstenaar en lijdend aan de ziekte schizofrenie werd ik geconfronteerd met meningen van anderen over medicijngebruik in het creatieve proces.
Voor de kunstwereld is het een onomstotelijk feit dat sinds de komst van de medicijnen tegen depressie en psychose de kunstwerken van psychiatrische patiënten aan artistieke kwaliteit ingeboet hebben. Hierdoor komen zij niet meer in aanmerking voor een plaats in de art brut en de outsider art. (Art brut en outsider art bestaan uit kunstwerken van in beeldende kunst ongeschoolde psychiatrische patiënten, mensen met een verstandelijke handicap en mediums die in het reguliere beeldende kunst circuit niet erkend worden.)
Volgens Michel Thévoz, directeur van het art brut museum te Lausanne, hebben medicijnen fatale gevolgen en brengen de patiënten in een toestand van verdoving.
Arnulf Rainer, beeldend kunstenaar en verzamelaar van outsider art, noemt medicijnen een onderdrukking van cultureel zelfstandige en initiatiefvolle patiënten, want door de medicijnen worden de scheppende activiteiten verminderd en beschadigd. Voor Thévoz en Rainer is de kunst van psychiatrische patiënten ten dode opgeschreven. Kon ik zoals hen stellen dat de medicijnen de ondergang betekende voor de creativiteit van de psychiatrisch patiënt?
Uit een onderzoek wat ik deed bij de wereldberoemde outsider kunstenaars August Walla en Johan Hauser bleek volgens hun artsen, dat door het effect van de medicijnen bij Walla het karakteristieke uit zijn tekeningen verdween en bij Hauser er niets in zijn stijl veranderde.
We kunnen dus niet als regel stellen dat de medicijnen inderdaad de kwaliteit doet verminderen. Hoe zat het dan bij mezelf?
Uit eigen ervaring wist ik dat het afwijzen van medicijnen voor mij hetzelfde betekende als zeggen dat iemand niet mocht leren lezen en schrijven, omdat die dan betere kunst kon maken. Want in een psychose was voor mij van werken geen sprake. Er ging teveel door me heen wat ik niet op een begrijpelijke manier kon uiten. Pas wanneer ik door de medicijnen in rustiger vaarwater kwam, lukte het met mijn belevingen iets te doen. Medicijnen zijn voor mij net zo relevant als lezen en schrijven voor iedereen is, ook al zie ik het als een fysiek noodzakelijk kwaad.
Dat de kunst van psychiatrisch patiënten door de medicijnen anders wordt, wil volgens mij nog niet zeggen dat de kunstwerken minder goed zijn.
Die verandering laat juist zien dat onze cultuur in beweging is. Het werk heeft echter andere kwaliteiten dan dat we van de patiënten voordat er medicijnen waren, gewend zijn. Ik trek het door: de medicijnen vergelijk ik met de massamedia. Men kan ook niet stellen dat door de massamedia de beeldende kunst minder kwaliteit heeft gekregen. De beeldende kunst gebruikt de massamedia juist waardoor er nieuwe ideeën en werken door ontstaan. Zo zou het met de medicijnen ook wel eens kunnen zijn, want in plaats van massamedia kunnen we ook medicijnen lezen..
Doordat oorspronkelijkheid in outsider art en art brut vaak gelijk getrokken wordt met een psychische ziekte (ook al noemen Thévoz en Rainer dit niet ziek) dan zouden de medicijnen dit genezen.
Wij weten wel beter, genezing is voor ons nog niet weggelegd. Maar daarop kunnen we ons nog afvragen of de ziekte wel de motor voor authentiek werk is. Voor Ans van Berkum, directeur van het voormalig outsider art museum ‘de Stadshof’ te Zwolle, is het een diepere stroom van waaruit gecreëerd wordt. En volgens Johann Feilacher, arts en kunstmanager van het ‘Haus der Künstler’ te Klosterneuburg, is de getalenteerdheid van de patiënt de bron. Vanuit die opvattingen is het ongepast de vraag te stellen naar de combinatie van medicatie en creativiteit van een patiënt. We vragen immers ook niet aan de psychisch gezonde kunstenaar wat voor medicijnen die gebruikt. En met deze antwoorden besluit ik dit verhaal. Zo hoop ik het idee te sterken dat de kunstenaar patiënt, die medicatie gebruikt, ook tot het scheppen van een authentiek en kwalitatief goed werk in staat kan zijn.
J.T.





