Comorbiditeit van schizofrenie met obsessief-compulsieve stoornis (OCS)
Het samen voorkomen van obsessief-compulsieve symptomen en psychotische aandoeningen heeft artsen en onderzoekers al meer dan een eeuw voor uitdagingen gesteld.
De aandacht voor dit gebied is gaandeweg het afgelopen decennium tot groei gekomen omdat de comorbiditeit van schizofrenie en OCS groter is gebleken dan statistisch te verwachten viel. Bovendien blijkt er een verergering van OCS te worden waargenomen tijdens de behandeling van schizofrenie met atypische antipsychotica. Recent neurobiologisch en genetisch bewijst suggereert dat mensen met comorbide OCS en schizofrenie een speciale categorie binnen de populatie van schizofrenie patiënten kan vertegenwoordigen.
In dit artikel wordt het bewijs voor een vermoedelijke schizo-obsessieve stoornis onderzocht en worden praktische aanbevelingen voor behandeling van deze subgroep van patiënten gedaan.
Comorbiditeit van OCS en schizofrenie
Het gedurende het in het hele leven voorkomen van schizofrenie bedraagt 1%, dat van OCS 2% tot 3%. De comorbiditeit van OCS in de schizofrenie populatie is beduidend hoger dan verwacht zou kunnen worden op basis van het toeval. Binnen deze populatie bedragen de klinisch significante gerapporteerde symptomen 10% tot 52%, en de diagnose OCS 7,8% to 26%.
Deze hoger dan verwachte comorbiditeit suggereert een wezenlijke verbinding en misschien een veelomvattende relatie tussen deze twee aandoeningen. Vertegenwoordigt deze comorbide groep een ernstiger zieke, met grotere hersen-dysfuncties behepte patiënt, gedeeltelijk veroorzaakt door gemeenschappelijke predisponerende (aangeboren, in de aanleg, red.) factoren? Of maken de twee aandoeningen deel uit van een ingewikkelder syndroom dat een op zichzelf staand diagnostisch geheel vormt?
Het antwoord hierop zou gedeeltelijk duidelijk worden als neurobiologische onderzoeken zouden aantonen dat er een duidelijke neuro-anatomische onderlaag binnen deze comorbide groep bestaat, meer dan slechts de optelsom van neurobiologische schade die wordt waargenomen bij de afzonderlijke stoornissen.
Klinische en onderzoeksuitdagingen
Recente onderzoeken hadden tot doel om de vertekening en verstoring gedurende de statistische verwerking, die vaak inherent waren bij oudere onderzoeken, te verkleinen. Om de geldigheid van de onderzoeksresultaten te vergroten werden methoden zoals randomisatie, prospectieve en cross-sectional onderzoeksontwerp, gestandaardiseerde diagnostische criteria, gevalideerde diagnostische tools, per leeftijdsklasse samengebrachte groepen, en stratificatie van patiëntenpopulaties al naargelang de ziekte-fase ingezet .
Ondanks deze pogingen om diagnostische transparantie en geldigheid van het onderzoek te vergroten is het verschil tussen obsessies en wanen vaak moeilijk te onderscheiden. Paradoxaal genoeg herbergt de DSM-IV ook de OCS patiënt “met onvoldoende inzicht”. Dit staat in schril contrast tot de definitie van een obsessie, namelijk dat deze voor de patiënt als voor hemzelf vreemd voorkomt en zo dus de aanwezigheid van inzicht impliceert. Door onderzoekers wordt voorgesteld dat “OCS een psychopathologisch spectrum voorstelt langs een voortschrijdend geheel van inzicht”, en dat deze “obsessieve waan” geen aanwijzing is voor een schizofrenie diagnose. Om de zaak nog ingewikkelder te maken zien we dat er verstoringen in het waarnemen, die doen denken aan hallucinaties en pseudohallucinaties, voorkomen in sommige personen met OCS.
Of obsessies tijdens een psychose nauwkeurig kunnen worden onderscheiden is een punt van discussie. Momenteel bestaat er geen algemeen geldige methode om OCS in de aanwezigheid van schizofrenie vast te stellen, hoewel de meeste hedendaagse onderzoeksopzetten de “Structured Clinical Interview for DSM-IV Axis I” en de “Yale-Brown Obsessive-Compulsive Scale (Y-BOCS)” gebruiken. In pogingen om de betrouwbaarheid en geldigheid van de Y-BOCS in deze subgroep vast te stellen onderzochten wetenschappers de eigenschappen van deze tool in patiënten met recentelijk ontwikkelde schizofrenie en comorbide OCS. Uit deze onderzoeken bleek een goede interne consistentie en interrater reliability (de mate waarin verschillende onderzoekers dezelfde resultaten vinden, red.) van deze populatie. Echter, de resultaten op het gebied van uiteenlopende geldigheid tegen depressieve en negatieve symptomen waren inconsistent.
Hoewel de fenomenologische aftekening tussen obsessies en wanen nog vaak onduidelijk blijft is er duidelijk bewijs dat OCS bij schizofrenie meer dan slechts een uitdrukking van een voortdurende psychose voorstelt. Dit bewijs wordt ondersteund door de waarnemingen dat antipsychotica een geringe invloed hebben op OCS bij schizofrenie, dat de OCS blijft bestaan zelfs na de succesvolle behandeling van de psychotische symptomen, en de effectiviteit van SSRI’s (groep van moderne anti-depressiva, red.) in de behandeling van OCS bij patiënten met schizofrenie.
Klinische relevantie van OCS bij schizofrenie
Vroege onderzoekers kwamen tot de conclusie dat de aanwezigheid van OCS bescherming verleent tegen cognitieve defecten, functionele invalidering en negatieve symptomen die geassocieerd worden met schizofrenie. Psychodynamische theorieën veronderstelden dat obsessies een verdediging vormen tegen psychose en voortschrijding van de ziekte voorkomen. Onderzoeken met een meer rigoreuze methodiek, die meer recent zijn uitgevoerd, vonden echter geen repliceerbaarheid met die eerdere resultaten. In plaats daarvan vonden deze studies dat de comorbide subgroep gebukt gaat onder een grotere omvang van cognitieve gebreken, negatieve en positieve symptomen, ontreddering, onmogelijkheid tot functioneren, hopeloosheid, depressie, zelfmoordideeën en zelfmoordpogingen. Enkele onderzoeken hebben sommige van deze bevindingen niet kunnen repliceren.
Door Alexandra Bottas, arts, 15 april 2009.
Dr Bottas is consulterend psychiater aan het Whitby Mental Health Centre in Ontario en wetenschappelijk medewerker aan de faculteit van medicijnen, afdeling psychiatrie, aan de Universiteit van Toronto.
Bron: http://www.psychiatrictimes.com/display/article/10168/1402540
Vertaal voor Anoiksis door Peter Heinen, 19 januari 2012





