Boosheid, blijheid, angst, walging, verdriet. Vijf basisemoties die we allemaal kennen
Een emotie wordt vaak omgeschreven als een innerlijke beleving of gevoel van bijvoorbeeld vreugde, angst, boosheid,
verdriet dat door een bepaalde situatie wordt opgeroepen of spontaan kan optreden.
In een meer algemene of biologische zin kan men een emotie echter ook definiëren als een reactie van onze hersenen op een positieve of negatieve gebeurtenis. Dit komt zowel bij mensen als dieren vrijwel automatisch tot uiting in een bepaald patroon van gedrag (bijvoorbeeld vluchten of toenadering) en fysiologische reacties. Het gevoel kan dan gezien worden als een speciale uiting of vorm van emoties die typisch is voor mensen, namelijk de bewuste beleving, of mentale reflectie van een emotie (bron wikipedia).
Verstoorde emotie verwerking
Soms wordt de emotie verwerking verstoord. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer iemand last heeft van een depressie, of in het verleden een psychose heeft gehad. Er is al vrij veel onderzoek gedaan naar de emotie verwerking in mensen met depressies en in mensen met andere psychische problemen.
Dit onderzoek wijst uit dat bijvoorbeeld bij mensen met een depressie minder goed presteren wanneer zij negatief commentaar hebben gekregen op hun prestatie.
Dit onderzoek is bedoeld om meer te weten te komen over emotie verwerking in mensen die in het verleden een psychose hebben gehad en bij mensen van wie de behandelaar zegt dat er sprake was van een psychose. Als we meer weten over eventuele verstoringen, kunnen we uiteindelijk betere behandelingen opzetten die gericht zijn op een goede emotie verwerking.
Scans maken van de hersenen
Eén van de methodes die vaak gebruikt wordt om de activiteit in de hersenen te bekijken, bijvoorbeeld wanneer iemand emotionele plaatjes of woorden moet verwerken, is het maken van een fMRI scan. De ‘f’ staat voor ‘functionele’; dat wil zeggen dat er niet precies gekeken wordt hoe de hersenen eruit zien (‘gewone’ MRI, ook wel ‘structurele’ MRI genoemd), maar dat er gekeken wordt naar welke delen van de hersenen er op een bepaald moment actief zijn.
Tijdens dit soort onderzoek liggen mensen meestal tussen de 30 en 60 minuten in een MRI scanner.
Er worden dan computer taakjes aangeboden terwijl de persoon in de scanner ligt. Tegelijkertijd maakt de scanner elke paar seconden een aantal plaatjes van de hersenen. Met behulp van allerlei statische technieken kan dan uiteindelijk de activiteit in de hersenen zichtbaar gemaakt worden. Wetenschappers vragen vaak een heel aantal mensen om dezelfde taken te doen in de scanner en maken dan een gemiddelde van de activiteit van alle proefpersonen. Zo laten ze niets aan het toeval over.
Omdat een MRI scanneer een sterke magneet is, is het belangrijk dat deelnemer aan dit soort onderzoek geen metaal in hun lichaam hebben.
Daarom hebben onderzoekers meestal een standaard lijstje met vragen om te stellen wanneer iemand zich aanmeldt voor het onderzoek. Dit natuurlijk om te voorkomen dat er nadelige gevolgen zitten aan deelname aan het onderzoek.
Psychische problemen
Eerder is al even kort gesproken over mensen met psychische problemen. Dit is natuurlijk een heel breed begrip. Je kan het dan hebben over mensen met een lichte depressie, over mensen die een psychose hebben gehad in het verleden, ADHD, autisme, noem maar op.
Stigma
Een belangrijk probleem in de psychische hulpverlening is het stigma dat de maatschappij heeft als het gaat over mensen met psychische problemen. Wanneer je te horen krijgt dat je bijvoorbeeld depressief bent, of schizofrenie hebt, is het niet zo makkelijk dit aan je omgeving te vertellen. Sommige mensen kiezen er dan ook voor niet aan hun omgeving te vertellen wat er aan de hand is. Dit is niet in de laatste plaats omdat ze bang zijn dat wanneer ze dit wel doen, mensen direct een oordeel over ze hebben. Daarom is het belangrijk om mensen, zowel met als zonder psychische problemen voor te lichten over stoornissen als bijvoorbeeld depressie, schizofrenie of bipolaire stoornis.
Als mensen beter begrijpen wat het precies inhoudt, hoeven ze er minder angstig voor te zijn en weten ze beter wat ze kunnen verwachten.
Ook kunnen ze dan begrijpen dat het nog steeds gaat om de persoon die ze in eerste instantie aardig vonden en dat die persoon er nog steeds is. Door meer te weten te komen over wat er nu eigenlijk precies gebeurd bij dit soort stoornissen, en hoe het komt dat sommige mensen hier wel last van krijgen en anderen niet, moeten we onderzoek doen. Met het EMOZIE onderzoek proberen we ons steentje bij te dragen en hopelijk een klein puzzelstukje van de grote puzzel toe te voegen.




