In de acute, psychotische fase spelen medicijnen een belangrijke rol in de behandeling van schizofrenie.

SCHIZOFRENIE KAN NIET WORDEN GENEZEN.

Dat komt omdat het onbekend is wat de oorzaak is.

Er is behandeling voor de korte termijn. Dan gaat het om medicijnen om psychotische verschijnselen te verminderen; en er is behandeling voor de langere termijn, bijvoorbeeld medicijnen in combinatie met cognitieve gedragstherapie. Dan gaat het meer om het voorkomen van terugkeer van de psychotische verschijnselen, en om het opbouwen van een wat normaler maatschappelijk bestaan.
Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Schizofrenie.

Medicijnen
In de acute, psychotische fase spelen medicijnen een belangrijke rol in de behandeling van schizofrenie. Deze moeten de psychotische symptomen, de angst en verwarring verminderen. De belangrijkste medicijnen zijn de antipsychotica. Zij gaan de psychotische verschijnselen tegen, zoals wanen en hallucinaties. Ze hebben verder een kalmerende werking. Ze hebben soms een beetje, soms geen duidelijk effect op de negatieve symptomen, zoals lusteloosheid en teruggetrokken gedrag.

Voor de langere termijn helpen antipsychotica een volgende psychose te voorkomen. Daarvoor moeten mensen ze dus langere tijd gebruiken, ook als alle verschijnselen verdwenen zijn. Dit is nog weleens lastig: liefst houden sommigen ermee op omdat de bijwerkingen vervelend zijn en omdat ze zelf niet vinden dat ze een stoornis hebben. Inzicht in de eigen stoornis en zorgen dat mensen hun medicijnen nemen is dan ook vaak deel van de behandeling voor langere termijn. Een andere oplossing is om medicijnen te geven in de vorm van een paar weken werkende injecties. Dit heet depot. De depotmedicijnen hebben een bescheiden effect. Daarom zouden alleen bij uitzondering gebruikt moeten worden.

Soms is het nodig naast een antipsychoticum een middel te gebruiken dat de stemming beïnvloedt, bijvoorbeeld lithium of een antidepressivum. Slaap- en kalmeringsmiddelen worden ook geregeld voorgeschreven. De slaapmiddelen helpen bij het opnieuw vinden van een normaal dag- en nachtritme; kalmeringsmiddelen verminderen angst en onrust.
Soms worden andere medicijnen voorgeschreven om de bijwerkingen van antipsychotica aan te pakken.

Bijwerkingen antipsychotica
De werking van een antipsychoticum is niet meteen merkbaar, meestal pas na een paar weken. Sommige bijwerkingen treden wel meteen na inname op.
Antipsychotica kunnen vervelende bijwerkingen hebben. Niet iedereen heeft er last van, maar sommige bijwerkingen hebben een grote invloed. Veel voorkomende bijwerkingen van antipsychotica zijn:

  • Bewegingsstoornissen (beven, stijf worden, tics, niet stil kunnen zitten)
  • Veel speeksel of juist een droge mond
  • Droge ogen
  • Verminderd reactievermogen
  • Concentratieproblemen
  • Slaperigheid
  • Duizeligheid
  • Slecht dichtbij zien (moeilijk lezen)
  • Onregelmatige menstruatie
  • Minder zin in seks
  • Zwaarder worden

Sommige bijwerkingen treden pas op na langer gebruik van antipsychotica. Het is dus zaak om alert te blijven op bijwerkingen en deze tijdig te bespreken met de behandelaar. Bij langdurig gebruik van antipsychotica kunnen onvrijwillige, spontane bewegingen ontstaan: iemand beweegt zonder het te willen de tong, mond of andere gezichtsspieren. Deze verschijnselen kunnen blijvend zijn na beëindiging van het medicijngebruik, of verdwijnen pas na enkele jaren.

Klassieke en atypische antipsychotica
Er zijn 2 verschillende typen antipsychotica: de klassieke en de atypische. Vooral de klassieke antipsychotica staan bekend om de bewegingsstoornissen die ze kunnen veroorzaken. Het is mogelijk dat iemand gaat beven of stijve spieren krijgt. Soms is er sprake van bewegingsdrang: het is dan onmogelijk een tijd achter elkaar stil te zitten, te liggen of te staan. Aan het begin van de behandeling kunnen onverwachte spierkrampen voorkomen, bijvoorbeeld van de oogleden.

De nieuwere, atypische antipsychotica veroorzaken minder bewegingsstoornissen dan de oudere, klassieke middelen, maar hebben soms weer andere bijwerkingen, zoals meer eetlust, gewichtstoename en moeite met opstaan 's ochtends.
De werking is van persoon tot persoon anders.
Heeft iemand veel last van bijwerkingen, dan is het aan te raden een ander medicijn te proberen.


Psychologische en andere behandelingen
Schizofrenie kan niet worden genezen. Dat komt omdat het onbekend is wat de oorzaak is.
Psychologische behandelingen kunnen behandeling met medicijnen niet vervangen. Ze zijn meer een aanvulling, en geven aandacht aan ziekte-inzicht: mensen met schizofrenie hebben zelf vaak niet het idee dat ze ziek zijn, en stoppen met medicijnen of andere als het weer iets beter gaat. Maar dan lopen ze het risico weer verschijnselen van schizofrenie te krijgen, of psychotisch te worden.
Het doorgaan met de behandeling wordt therapietrouw genoemd. Veel andere behandelingen willen die therapietrouw groter maken.
Voor een succesvolle behandeling is een goede, intensieve samenwerking nodig tussen de mensen met schizofrenie, hun familie, de behandelaars en andere begeleiders. Veel van de psychologische en andere behandelingen streven dit na.

Psycho-educatie
Bij psycho-educatie krijgen mensen iemand met schizofrenie en hun omgeving uitvoerige informatie over de stoornis, de gevolgen, medicijnen en hun bijwerkingen, welke stappen er genomen worden in de behandeling, en welke keuzes gemaakt kunnen worden.
Het gaat ook om het leren ontdekken van voortekenen: wat gebeurt er vóór een terugval? Als mensen dat leren, dan kunnen ze er eerder iets aan doen.
Meestal bestaat psycho-educatie uit ongeveer 10 bijeenkomsten.

Familie
Voor mensen met schizofrenie is het goed dat familieleden betrokken blijven. Door familie erbij te betrekken kan er een goed advies gegeven worden over hoe iemand het best kan worden opgevangen. Als familie en patiënt elkaar beter begrijpen, geeft dat minder spanning.

Gezinstherapie of systeemtherapie
Soms is het goed dat ook familieleden behandeld worden. Dat kan onderlinge spanning en kritiek verminderen.

Cognitieve gedragstherapie
Samen met de behandelaar wordt gekeken naar de manier van denken en het gedrag. Daarna gaan patiënten dat veranderen. Deze behandeling zorgt ervoor dat iemand niet stopt met de behandeling (de zogenoemde therapietrouw); deze behandeling helpt te herstellen na een acute periode en helpt een beetje om terugval te voorkomen.

Trainingen
Daarnaast zijn er nog trainingen om het geheugen, de aandacht, en de sociale vaardigheden te verbeteren.

Klik hier voor meer Behandeling thema's