Autisme en schizofrenie

Datum uitgifte Open Geest: 
2008-03
Nr 52

Autisme en schizofrenie

Op dinsdagavond, 13 november 2007 hielden mevrouw J. van der Meijden en P. van de Sande een informatieavond bij Ypsilon Eindhoven die ging over het verband tussen autisme en schizofrenie.

Allereerst gaf mevrouw Van der Meijden een inleiding over autisme en zei dat het rond 1940 ontdekt werd door de Nederlandse arts Leo Kanner en de Oostenrijkse arts Asperger en wel onafhankelijk van elkaar.
Autisme heeft te maken met de wijze van informatie verwerken door de hersenen wat bij de patiënten niet normaal verloopt. Er is een bepaald onvermogen om in de ander te kunnen verplaatsen met gedachten, andere prikkelverwerking, meer gedetailleerdheid en moeilijkheden met plannen en organiseren en daardoor met veranderingen. Je hebt de volgende drie verschillende vormen van autisme, namelijk klassiek autisme bij verstandelijk gehandicapten, het syndroom van Asperger en de restcategorie PDD-NOS.
Het is echter complex om een diagnose te stellen en daarbij wordt dan met name gelet op de volgende aspecten:

    a) sociale interactie, ofwel is er geen wederkerigheid in contact met de ander
    b) communicatie, houdt de patiënt vaak monologen of weinig spraak
    c) verbeelding en voorstellingsvermogen, is er weinig fantasie
    d) zintuiglijke prikkelverwerking, raakt de persoon makkelijk overprikkeld
    e) opvallende patronen, stelsels van gedrag
    f) planning en organisatie, loopt dit moeilijk

Veel autistische mensen moeten de meeste voorgaande aspecten positief beantwoorden. Er is sprake van erfelijkheid, het komt voor bij 1 op de 165 mensen en in sommige gebieden zelfs meer (Eindhoven, Twente), 4 keer vaker bij jongens dan bij meisjes, 50% heeft een verstandelijke beperking.

Vervolgens kwam de heer Van de Sande aan het woord en hij gaf aan dat bij mensen met autisme toch soms de verkeerde diagnose schizofrenie gesteld werd.
Zeker als de persoon positieve symptomen, ofwel een psychose had rond de 20 tot 25 jaar. Dit kan voorkomen als de persoon erg uit balans werd gebracht. De symptomen zijn dan nog gevaarlijker dan dat bij een persoon die gewoon schizofrenie heeft. Andersom kan ook dat bij mensen met schizofrenie er zo weinig positieve symptomen waren dat onterecht aan autisme gedacht wordt. De overeenkomsten tussen schizofrenie en autisme liggen op het gebied van de problemen met taal en het hebben van problemen op meerdere levensgebieden en last hebben van “negatieve” symptomen. De verschillen tussen beide zijn vooral het ontstaan: schizofrenie in de adolescentie en autisme bij de geboorte, en het beloop van de klachten.

Stan van H.